Charles Baudelaire had geen hoge pet op van Lord Byron

Charles Baudelaire had geen hoge pet op van Lord Byron

Charles Baudelaire had geen hoge pet op van Lord Byron

Op 9 juli 1857 – twee weken nadat zijn bundel Les fleurs du mal is verschenen – schrijft Charles Baudelaire aan zijn moeder Caroline Aupick:

‘Het boek maakt mensen woedend. – Overigens heb ik uit angst om te veel afschuw te wekken, een derde uit de proeven geschrapt. – Alles wordt me door de critici ontzegd, een vindingrijke geest en zelfs kennis van de Franse taal. Ik lach om al die idioten, en ik weet dat dit boek, met zijn kwaliteiten en gebreken, zijn weg zal vinden in de herinnering van het geletterde publiek, naast de beste gedichten van Victor Hugo, Théophile Gautier en zelfs van Byron.’

(vertaling: Kiki Coumans)

Het is niet de enige keer dat Lord Byron ter sprake komt in Mijn hoofd is een zieke vulkaan: brieven, bezorgd door Kiki Coumans. In haar inleiding refereert de vertaalster aan de ongedwongen sfeer in de salon van Madame Sabatier, waarin:

‘Baudelaire zich vrij voelde om de meest provocerende stellingen naar voren te brengen, zoals dat Barbey d’Aurevilly evenveel talent had als Homerus, en Veuillot zelfs meer dan Byron, waarmee hij de andere gasten geregeld tegen zich in het harnas joeg.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *