Wie zei wat over de liefde?
Wie zei wat over de liefde?

‘Vrouwen, schrijft Simone de Beauvoir in 1949 in De tweede sekse, beleven de liefde op volkomen andere wijze dan mannen. Ze citeert Lord Byron om dat verschil uit leggen: waar liefde voor de man “een op zichzelf staande factor” is, daar is die voor de vrouw “haar hele bestaan”,’ schrijft Basje Boer in Pose: over hoe we kijken en wie we spelen.
Basje Boer gaat niet nader op het citaat van Lord Byron in, zoals ook Simone de Beauvoir dat in De tweede sekse niet deed:
Agenda
Hier komt een bericht
Actueel
19 april 2024
Het verzameld werk van Lord Byron: ideale strandlectuur
Het verzameld werk van Lord Byron: ideale strandlectuur

Het zijn niet alleen literaire schrijvers die naar Lord Byron verwijzen. In De roadtrip van Beth O’Leary leest een van de personages de complete werken van Byron op het strand:
Schiet Lord Byron Florette Dijkstra te hulp?
Schiet Lord Byron Florette Dijkstra te hulp?

In De vrouw met het pistool, het derde van de vier essays in Verdwenen levens: op zoek naar een alpinist, een geniaal gen, een partizane en een stel voortvluchtigen zoekt Florette Dijkstra naar de naam van een amazone op een tekening van August Knip. Florette Dijkstra vermoedt dat zij betrokken is bij het beleg van Den Bosch in 1794.
Als ze de moed al bijna heeft opgegeven, stuit ze op het verslag van een archeologische opgraving. Een van de lichamen zou volgens Florette Dijkstra in aanmerking kunnen komen, ware het niet dat uit onderzoek naar het skelet blijkt dat de vrouw nooit dierlijke proteïnen nuttigde, en dat roept twijfels op:
Jaap Goedegebuure over So, we’ll go no more a roving
Jaap Goedegebuure over So, we’ll go no more a roving

In Door de jaren heen lezen: over boeken en schrijvers (2022) haalt Jaap Goedegebuure herinneringen op aan boeken die hij gelezen heeft (en aan de schrijvers van die boeken).
Een van de columns is gewijd aan So, we’ll go no more a roving van Lord Byron. Goedegebuure leerde Byron kennen tijdens de lessen Engels op het gymnasium, maar eigenlijk kende hij maar één gedicht: So, we’ll go no more a roving,
Lord Byron over William Beckford
Lord Byron over William Beckford

Als Bill Bryson in Een huis vol: een kleine geschiedenis van het dagelijks leven aanbeland is bij de salon, noemt hij in dat hoofdstuk onder andere Fonthill Abbey ‘het werk van twee vreemde, fascinerende mannen: William Beckford en de architect James Wyatt.
Hij refereert aan Beckfords rijkdom en schrijft: ‘Byron heeft hem in een gedicht “Engelands rijkste zoon” genoemd, vermoedelijk terecht.’
De bron van dat citaat noemt Bill Bryson niet, maar het gaat hier om Childe Harold’s Pilgrimage. In Canto I, Stanza XXII, duikt ‘England’s wealthiest son’ op:
Straatpoëzie in Utrecht: Walk smiling o’ver this paradise
Straatpoëzie in Utrecht: Walk smiling o’ver this paradise

Op de zijgevel van Byronstraat 28 in Utrecht staat een dichtregel van Lord Byron:
‘Walk smiling o’ver
this paradise’
De tekst is daar in 2008 aangebracht op initiatief van de toenmalige bewoonster Marijke Kamsma, die de tekst ook vormgaf.
Koningin Sophie las Lord Byron
Koningin Sophie las Lord Byron

In de roman Het torentje van Adelheid (2021) van Marja Visscher krijgt Adelheid, de echtgenote van Thorbecke (en hoofdpersoon van de roman), een leestip van Sofie, echtgenote van Koning Willem III:
‘[…] Trouwens, ik zou het haast vergeten, hier heb je de boeken terug. Heb je nog iets in je bibliotheek voor de komende tijd?
“Ik las Lord Byron en Jean-Jacques Rousseau. Neem Lord Byron maar, een lekker dik boek. Childe Harolds Pilgrimage, over een losbandige jongeman die afleiding zoekt in zijn buitenlandse reizen. Ik heb het net uit maar kan je vertellen dat die alle geneugten van het leven wel heeft leren kennen. Ook wel weer een beetje excentriek, maar ja, dat is Byron zelf ook min of meer. Kijk maar of je het wat vindt. Ik heb er wel van genoten. De held die het opneemt voor de onderdrukten, zoals je dat vaker leest.” ’
Dat koningin Sophie Lord Byron en Jean-Jacques Rousseau gelezen heeft, staat vast. Ze hield nauwkeurig bij wat ze las.


