Net uit
Mary van Anne Eekhout: een roman over de verbeelding

Na Frankissstein / Frankusstein van Jeanette Winterson is Mary van Anne Eekhout de tweede roman in korte tijd waarin Mary Shelley een belangrijke rol speelt. Frankusstein van Jeanette Winterson begint in het verleden, als Mary Shelley zich opmaakt voor het schrijven van haar spookverhaal. Ze overdenkt wat er tijdens de gesprekken met/tussen Lord Byron, Shelley en Polidori geopperd is over leven en (on)dood en lichaam en geest.
Jeanette Winterson wisselt het verhaal van Mary Shelley en de haren – gebaseerd op de historische werkelijkheid (die niet beperkt blijft tot het verblijf van Byron en zijn clan aan het meer van Genève tijdens de zomer van 1816) en de totstandkoming van Frankenstein – af met een verhaal waarin hedendaagse vormen van het scheppen van kunstmatig leven ter discussie gesteld worden.
Mary van Anne Eekhout speelt zich volledig in het verleden af. De nadruk ligt daarbij op het verblijf in 1812 van de veertienjarige Mary bij de familie Baxter in Dundee. In een omgeving die volkomen afwijkt van die in de stad, ervaart Mary hoe het bovennatuurlijke de kijk op de werkelijkheid kan beïnvloeden. En dat heeft invloed op de verhalen die zij later zal schrijven. Zeker op dat ene verhaal waarmee ze wereldberoemd werd: Frankenstein.
Anne Eekhout laat zien waar Mary Shelley haar inspiratie voor die roman mogelijk vandaan haalde, zonder daarmee te zeggen dat Frankenstein vol autobiografische en aan de werkelijkheid ontleende situaties bevat. Dat kan ook niet, want Mary is een aan de fantasie van Anne Eekhout ontsproten reconstructie van een leven waarover relatief weinig bekend is.
De scènes die spelen in 1812 worden afgewisseld met scènes die zich afspelen in 1816 aan het meer van Genève, maar de wederwaardigheden van Byron en zijn clan worden in Mary veel minder breed uitgemeten dan in Frankusstein. Het gaat Anne Eekhout om de schrijfster van Frankenstein.
