‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen’: Byron was er een van

‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen’: Byron was er een van

‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen’: Byron was er een van

In 1997 werd de Huizinga-lezing uitgesproken door Richard Holmes, biograaf van Percy Bysshe Shelley en Samuel Taylor Coleridge. In De biografie en de dood, zijn voordracht die een korte historische schets van het genre bevat, maar vooral een pleidooi is voor het inzetten van biografisch onderzoek in het kader van internationaal menselijk begrip, duikt Lord Byron drie keer op:

‘In literaire kringen zijn er uit angst voor de biografie heel wat persoonlijke documenten in brand gestoken: de autobiografie van Byron, de brieven van Henry James, de dagboeken van Philip Larkin.’

‘We weten niet wat er van ons zal worden; of hoe er niets meer van ons zal worden. Er kan – en zal waarschijnlijk – van alles gebeuren. Daarom stelde Baring [essayist Maurice Baring, lw] dat de enige ware functie van de biograaf gelegen was in het beschrijven van wat hij “alternatieve levens” noemde, de levens die zich hadden kunnen voltrekken. Alleen dan zal de biografie echt bij het leven horen en niet bij de dood. Hij had een soort kiekjes voor ogen.

“Lord Byron kreeg penicilline in Missolonghi, won de Griekse Vrijheidsoorlog, werd tot koning van de Peloponnesos gekozen en trok zich terug in het Hogerhuis om de vossenjacht te verdedigen”.’


‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen. Zo zijn er meer dan tweehonderd levens van Byron en van Napoleon.’

(vertaling Peter Bergsma)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *