Hoe is het mogelijk: Hildebrand/Nicolaas Beets was Byroniaan en volgeling van Vinet

In Het mysterie Beets: Hildebrand-monument – oorspronkelijk verschenen op 7 augustus 1946 in de Volkskrant en opgenomen in In alle ernst: de keuze van Joost Prinsen uit het essayistische werk van Godfried Bomans – onderzoekt Godfried Bomans de dubbelhartigheid van Nicolaas Beets/Hildebrand. Bomans betreurt het dat Hildebrand maar zo kort productief is geweest. Nadat hij beroepen werd – en hij ‘Nicolaas Beets, herder’ werd – stokte de literaire productie.
In de analyse valt de naam Byron twee keer. De eerste keer als Bomans verwijst naar Anton van Duinkerken en zijn boek Het tweede plan:
‘Anton van Duinkerken heeft in zijn boek: Het tweede plan, een opstel aan deze eigenaardige dubbelhartigheid gewijd, waarin hij de verklaring zoekt in een innerlijke gespletenheid van Beets, die het hem mogelijk maakte om èn Hildebrand èn Beets te zijn, Byroniaan en volgeling van Vinet, twijfelaar en oprecht gelovige, humorist en tevens zichzelf ten volle au sérieux nemend, waarbij een algemene middelmatigheid, een zekere mediocriteit van zijn gehele wezen, de drager van al deze mogelijkheden in staat zou stellen om zijn overgave aan één hunner tot aan zijn doodssnik te verschuiven en tegelijk aan die verscheurdheid niet ten onder te gaan.’
(Het tweede plan van Anton van Duinkerken is hier te lezen. In zijn opstel over Nicolaas Beets/Hildebrand komt de naam Byron zes keer voor.)
Godfried Bomans zelf heeft een andere verklaring. Hij vergelijkt Nicolaas Beets/Hildebrand met anderen die in Leiden studeerden en schreven en ziet in Leiden zelf de oorzaak van het afnemende schrijven nadat Leiden verlaten werd:
‘Door het isolement was men aangewezen op onderling geestelijk verkeer, op zielsverwantschap, op gemeenschappelijk dwepen met Byron, Victor Hugo en Walter Scott, op dromen des zomers bij het “opgeschoven raam”, des winters bij de kolomkachel met het beeld van Minerva. Af en toe verstoorde een diligence de stilte dezer kleine oase van luxe-cultuur. De droom zelf werd niet verstoord.’
