Roald Dahl: ‘Yes, Lord Byron returned as a Bengal tiger’
Roald Dahl: ‘Yes, Lord Byron returned as a Bengal tiger’

Reïncarnatie is een belangrijk thema inde aflevering Edward The Conqueror uit de reeks Roald Dahl’s Tales of the Unexpected (1980). Is het mogelijk dat beroemde personen reïncarneren als dier? wil de vrouw die er bijna zeker van is dat haar kat een reïncarnatie is van Franz Liszt weten. De deskundige die ze raadpleegt, is niet gespecialiseerd in dat soort reïncarnatie (‘I have an allergy for fur’), maar komt toch met een paar aansprekende voorbeelden: Napoleon keerde terug als Arabische hengst en ‘the most celebrated of reïncarnations: Lord Byron. (…) Yes, Lord Byron returned as a Bengal tiger.’
Hoe hij dat laatste zo zeker weet: vanwege de fysieke overeenkomst tussen de tijger en Lord Byron. ‘You usually want to observe a physical resemblance or however slight. Let’s take the example of Lord Byron and the tiger. It was found that the tiger was lame. Well, Lord Byron had a clubfoot, so you see…’
‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen’: Byron was er een van
‘Er zijn figuren die een wel heel grote stroom biografieën over zich afroepen’: Byron was er een van

In 1997 werd de Huizinga-lezing uitgesproken door Richard Holmes, biograaf van Percy Bysshe Shelley en Samuel Taylor Coleridge. In De biografie en de dood, zijn voordracht die een korte historische schets van het genre bevat, maar vooral een pleidooi is voor het inzetten van biografisch onderzoek in het kader van internationaal menselijk begrip, duikt Lord Byron drie keer op:
‘In literaire kringen zijn er uit angst voor de biografie heel wat persoonlijke documenten in brand gestoken: de autobiografie van Byron, de brieven van Henry James, de dagboeken van Philip Larkin.’
J. Eijkelboom hield van de romantici Roland Holst en Byron
J. Eijkelboom hield van de romantici Roland Holst en Byron

In Nooit het hele hart. J. Eijkelboom. Een biografie (2021) beschrijft Kees van ’t Hof het leesgedrag van Jan Emmens, met wie Jan Eijkelboom bevriend was:
‘Hij had al veel gelezen en zocht voortdurend, zowel in het dagelijks leven als in de literatuur, naar verwante geesten. Hij bewonderde de romantische dichters Roland Holst en Byron. Van de laatste hield hij niet alleen om diens werk, maar ook om diens manier van leven. Daarnaast las hij ook graag modernisten als Valery Larbaud.’
Byron: veellezende womanizer, volgens Kees ’t Hart
Byron: veellezende womanizer, volgens Kees ’t Hart

‘Je moet biografen natuurlijk nooit geloven, maar toch: opdracht van vader, na de thee, in de tekenkamer en met zwaaiende armen. Een treffend beeld van de lezende gek, zo geil als boter, die de hele wereld kennis wil laten maken met zijn gekte’, schrijft Kees ’t Hart in zijn beschouwing De lezing, opgenomen in de bundel Victorien, ik hou van je (2021). Hij heeft het over Percy Shelley en het beeld komt bij hem op nadat hij de biografie gelezen heeft die Richard Holmes over Shelley schreef: Shelley: the Pursuit.
Kees ’t Hart vervolgt als volgt: ‘En Shelley was later een beruchte vrouwengek. Ook Lord Byron kon er op het gebied van zowel lezen als seks wat van. Gorter, dat was me er ook eentje! Sartre, berucht veellezer en womanizer! Noem ze maar op.’
Waarna hij zich afvraagt of er ook veellezende vrouwen bestaan die dol op seks waren of zijn.
Charles Baudelaire had geen hoge pet op van Lord Byron
Charles Baudelaire had geen hoge pet op van Lord Byron

Op 9 juli 1857 – twee weken nadat zijn bundel Les fleurs du mal is verschenen – schrijft Charles Baudelaire aan zijn moeder Caroline Aupick:
‘Het boek maakt mensen woedend. – Overigens heb ik uit angst om te veel afschuw te wekken, een derde uit de proeven geschrapt. – Alles wordt me door de critici ontzegd, een vindingrijke geest en zelfs kennis van de Franse taal. Ik lach om al die idioten, en ik weet dat dit boek, met zijn kwaliteiten en gebreken, zijn weg zal vinden in de herinnering van het geletterde publiek, naast de beste gedichten van Victor Hugo, Théophile Gautier en zelfs van Byron.’
(vertaling: Kiki Coumans)
Lord Byron bezingt de bronnen van Clitumnus
Lord Byron bezingt de bronnen van Clitumnus

In Als het over liefde gaat: literaire pelgrimage in Umbrië (2019) wandelt Jannah Loontjens in de voetsporen van Frida Vogels.
In het boek refereert zij aan tal van schrijvers. Ook Lord Byron duikt op.
De eerste keer als Jannah Loontjens terugkijkt op een reis die zij in het verleden maakte:
‘Het uitzicht op Lac Léman, waar ook ons balkon om uitkeek, is niet alleen bekend van Nabokov, ruim tweehonderd jaar geleden keken ook Mary Shelley, Percy Bysshe Shelley en Lord Byron erover uit. Dat was in het jaar 1816. Regen stroomde en bleef stromen, het zou bekend worden als het jaar zonder zomer. In de donkere vertrekken schreven zij gedichten en op een avond daagde Byron zijn vrienden uit om een spookverhaal te verzinnen. Hier ontstond Mary’s idee voor haar Frankensteinverhaal. Ze dronken wijn en gebruikten laudanum.’
Een hekel aan Byron
Een hekel aan Byron

In Saudades: op zoek naar het paradijs in Portugal, het boek dat Arthur van Amerongen over zijn liefde voor Portugal schreef, staan twee columns van Tessa de Loo. In Boeken – waarin weerlegd wordt dat Portugezen niet lezen – bezoekt Tessa de Loo een Portugese dame die beschikt over een rijkgevulde boekenkast.
Aan Byron heeft ze een uitgesproken hekel:
Byron beklimt bergen, ondanks horrelvoet
Byron beklimt bergen, ondanks horrelvoet

Op bladzijde 124 van Klifi: woede in de republiek Nederland noemt Adriaan van Dis Lord Byron als zijn personage Jákob Hemmelbahn behoefte heeft om zijn vondsten en bevindingen te ordenen:
‘Een beetje denker wandelde – binnen of buiten. En je hoefde er niet sportief voor te zijn. Wittgenstein, ook woonachtig in Jákobs verzameling (“het woord water heeft geen betekenis, alleen in het taalspel: breng me water, pas op voor het water”), beende uren in zijn kamer, Lord Byron klauterde met zijn horrelvoet door het Pindosgebergte en kwam op adem bij forelbeken en watervallen – “de enige plaats op aarde waar ik echt gelukkig was”.’
Lord Byron, de zomer van 1816 en de dood van Percy Shelley
Lord Byron, de zomer van 1816 en de dood van Percy Shelley

Op Karakters verscheen in januari 2021 het artikel Tussen boeken en graven: over Mary Shelley en haar bekendste romans Frankenstein en The Last Man van Thomas Heij over Mary Shelley en de totstandkoming van haar romans Frankenstein en The last man. In het stuk gaat het over die zomer aan het meer van Genève waarin Lord Byron het gezelschap waarin hij verkeerde uitdaagde een griezelverhaal te schrijven, en over de dood van Shelley:
‘Tien dagen later spoelt zijn [Percy Shelley, lw] levenloze lichaam aan op het strand. Mary schrijft: ‘I was never the Eve of any Paradise, but a human creature blessed by an elemental spirit’s company & love – an angel who imprisoned in flesh could not adapt himself to his clay shrine & so has flown and left it.’ In het bijzijn van zijn boezemvriend en collega dichter Lord Byron wordt Percy’s lichaam een maand later verbrand, waarna de as wordt begraven in Rome.

